Sociaal - Cultureel model

printbare versie

logo sociaal cultureel model

Over Handicap, beperking en burgers: het sociaal en cultureel model

Het sociaal en cultureel model in het kijken naar handicap bieden een volledig andere en nieuwe invalshoek dan we in Vlaanderen gewend zijn met het achterhaalde, maar helaas taaie, zorgdenken.

Met een inclusieve samenleving als ultieme doel bieden deze modellen dan ook een leidraad voor overheidsbeleid, wetenschapsbeleid, het onderwijs, voor sensibilisatie van een brede samenleving, de emancipatie van de kansengroep personen met een handicap, enz. Ze nemen dan ook een centrale plaats in binnen de visie en werkzaamheden van GRIP.

De volgende websitepagina’s geven een overzicht van verschillende modellen in het kijken naar handicap, verschillende aspecten van (handicap-)cultuur en de eigenheid van disability studies.

We zijn veel dank verschuldigd aan de professoren Geert Van Hove (RUgent) en Patrick Devlieger (KULeuven) die eind 2004 bij GRIP een toelichting gaven over het sociaal en cultureel model.

Met deze webpagina willen we een eerste voorzet geven en je verleiden om samen met ons dieper te graven en vooral anders te denken over ‘handicap’. In de toekomst wordt dit deel zeker nog aangevuld en verbeterd. Opmerkingen, aanvullingen en vragen zijn zeker welkom op info@gripvzw.be .

DENKEN OVER HANDICAP

DISABILITY STUDIES

WAT VINDT EN DOET GRIP?


DENKEN OVER HANDICAP

[Terug naar boven]

[Terug naar boven]


[Terug naar boven]


[Terug naar boven]


[Terug naar boven]


[Terug naar boven]

[Terug naar boven]


[Terug naar boven]


[Terug naar boven]

[Terug naar boven]


[Terug naar boven]


[Terug naar boven]

DISABILITY STUDIES

Binnen het traditionele curriculum in het hoger onderwijs en de academische wereld ontbreekt een goed ontwikkelde wetenschapstheoretische basis voor een inclusieve samenleving [voetnoot 28]. Dit gemis kan worden ingevuld door breed interdisciplinair onderzoek naar de functie en betekenis van ‘handicap’ in al zijn verschillende manifestaties: als een sociaal, politiek en cultureel fenomeen . De uitbouw van een discipline als vrouwenstudies kan hierbij een voorbeeld zijn en de discipline dient te worden gevoed door de politieke bewegingen, door cultuurstudies en de traditionele onderzoeksdisciplines.

Volgens professor Linton moet dit onderzoek verder gaan dan de huidige studie van sociale uitsluiting van personen met een handicap of de studie van ‘handicap’ vanuit de klassieke wetenschappen maar het onderwerp en de positie van personen met een handicap in de civiele en wetenschappelijke cultuur in kaart brengen.

‘Disability studies’ ontstond als een reactie tegen de stelling dat ‘handicap’ dient te worden bestudeerd vanuit rehabilitatie, orthopedagogie, … Men zag dit als enkel ‘repareren’. Men wil vanuit verschillende brillen naar een fenomeen kijken: (ortho)pedagogen, antropologen, architecten,… Bijvoorbeeld een taalkundige die gebarentaal gaat interpreteren als een culturele uiting in plaats van een technisch communicatiemiddel.

Het is een brede stroming. Een andere stroming is die van het activisme. Men wil onderzoek gebruiken om er civiele actie mee te voeren. Dit ‘zaken willen wijzigen’ botst soms met de meer ‘cerebrale studies’ over handicap (vb. de voorheen belangrijke invloed binnen de disability studies: de sociologie).

Voor de ontwikkeling van disability studies als een interdisciplinair programma [voetnoot 29] (vb. in het universitair curriculum) kan ten dele worden geput uit het voorbeeld van programma’s die zich richten op vrouwenstudies, etnisch-culturele minderheden, enz. die al in bepaalde universiteiten bestaan. Maar op heel wat punten zal de invoering van een academisch programma voor disability studies ook verschillen door de specifieke achtergrond en geschiedenis van de afwijkende status van personen met een handicap in de samenleving, de veelheid aan regelgeving en de andere disciplines die direct of indirect betrokken zijn bij de studie van (aspecten van) handicap-situaties.

Momenteel is de disability studies een enorme mix van verschillende wetenschappers die op een andere inclusieve wijze kijken: kunsthistorici, sociologen, godsdienstprofessoren, vrouwenstudies,…. Men is veel participatiever gericht, men wil meer zaken opentrekken en richt zich op het beleid. Maar het typische onderscheid is dat personen met een handicap, ouders en broers en zussen, met directe ervaring in het leven met een beperking, zelf aanwezig zijn als volwaardige partners. Hierdoor wordt een andere sfeer gecreëerd op bijvoorbeeld conferenties, in onderzoeken.

Viviane Sorée , voorzitster van GRIP, ging in de GRIP-Nieuwsbrief van juni 2005 dieper in op disability studies.

 


[Terug naar boven]

Welke wetenschappelijke studies en onderzoek voldoen aan de criteria en visie van disability studies? Dekt de (mogelijk zelfverklaarde) lading de vlag?

Professor Simi Linton (University of New York, in ‘Claiming Disability [voetnoot 30] ’) pleit voor een onderscheid tussen ‘disability studies’ en ‘not-disability studies’.

Om ‘disability studies’ af te bakenen vertrekt ze van een overzicht van de beperkte of problematische voorstelling van beperkingen in het dominante of traditionele curriculum. Het gaat hierbij om een lijst van gebreken en breuklijnen. Met andere woorden, de duidelijkere, verkeerde voorstellingen en de verborgen gebreken van het academische curriculum die bepalen hoe beperkingen worden onderzocht.

Elk van deze problemen ziet ze als motivatie voor de oprichting van een afzonderlijk domein voor disability studies, gegrond in de menswetenschappen en los van de toegepaste domeinen.

De meest logische organisatie voor de studie van beperkingen in de academische wereld ziet ze als volgt:

MAAR, ‘tegelijk moeten de toegepaste domeinen meer gegronde en nuttigere aanpakken ontwikkelen voor de aanwezigheid van stoornissen onder de bevolking en beperkingen in de maatschappij, en op een minder deterministische en meer geïntegreerde manier moeten reageren op mensen met beperkingen dan ze ooit hebben gedaan. Hoewel de toegepaste domeinen zich concentreren op individuele interventies, moeten research en curricula nauwgezet de contextuele variabelen onderzoeken die de ervaring bepalen.

Deze herziene toegepaste aanpakken moeten doordrongen zijn van de intellectuele tradities die inherent zijn aan disability studies en door het politieke engagement van de beweging voor rechten voor mensen met beperkingen. De lessen die worden geleerd in de toegepaste domeinen moeten inclusie, zelfbeschikking en zelfdefiniëring ondersteunen. Op basis van die leerstellingen en geïnspireerd door de huidige research op het gebied van onderwijs ter ondersteuning van inclusie, moeten de programma’s worden herzien om professionals voor te bereiden op hun werk in geïntegreerde omgevingen ’ [voetnoot 31] .

Je vindt hier het vertaalde hoofdstuk ‘Disability Studies/Not disability studies’

Het Noorse Society for Disability Studies (SDS) hanteert volgende richtlijnen: de ‘Guidelines for disability studies’ voor elk programma dat zichzelf beschrijft als ‘Disability Studies’:


[Terug naar boven]

De Universiteit Antwerpen organiseert vanaf het academiejaar 2005/06 een vernieuwde, interdisciplinaire Master-na-Masteropleiding  Gehandicaptenzorg/ Handicapstudies, in samenwerking met een interuniversitair docententeam (Universiteiten van Leuven, Gent, Brussel, Hogeschool Antwerpen en Plantijnhogeschool).

De basis ervan ligt in de sociale definitie van handicap. Die legt het accent op inclusie en het wegnemen van maatschappelijke belemmeringen.

De tweejarige, deeltijdse Ma-na-Ma opleiding leert handicap in zijn veelzijdigheid bekijken. De belevings-, medische, wetenschappelijke, lichamelijke, ethische, psychologische, maatschappelijke en onderwijskundige aspecten komen aan bod. Ze is dan ook fundamenteel transdisciplinair: zowel in de doelgroep, het programma, als in de samenstelling van de docenten. Meer dan 60 docenten uit alle disciplines nemen eraan deel. Ook mensen met een handicap werken eraan mee.


[Terug naar boven]

In heel wat onderzoeksgroepen en wetenschappelijke instellingen over heel de wereld worden disability studies onderzocht en onderwezen. We sommen er slechts enkele van op.

In Amerika zijn er het Canadian Centre on Disability Studies en The American Society for Disability Studies waarvan de richtlijnen voor disability studies reeds hoger zijn weergegeven. Vermeldenswaard is de jaarlijkse Irving Zola-prijs die ze uitreiken, genoemd naar de baanbrekende wetenschapper die onder andere aan de grondslag ligt van het Disability Paradigm. Hun linkenpagina naar centra voor disability studies over de hele wereld.

Een greep uit de Europese instituten:

Baanbrekend op vlak van disability research in onze Lage Landen is de deeltijdse leerstoel die werd geopend aan de Universiteit van Maastricht

De samenwerking van de Universiteit van Maastricht met de Ierse University of Galway leidde tot het lanceren van geregelde zomeruniversiteiten en studiedagen in de visie van disability studies, maar eerder juridisch gericht, in gans Europa.

[Terug naar boven]

WAT VINDT EN DOET GRIP ?

GRIP zit in september 2005 in de laatste fase van de ontwikkeling van een Beleidsplan. Op basis van interne en externe bevragingen en een evaluatie van de werking van de burgerrechtenorganisatie in de afgelopen jaren worden voor de toekomst drie grote terreinen afgebakend waar GRIP zich op gaat concentreren.

Deze terreinen zijn (1) antidiscriminatie en gelijke kansen, (2) zelfstandig leven (via o.a. directe financiering van ondersteuning en (3) het sociaal en cultureel model (met o.a. disability studies).

Op elk van deze vlakken wordt een meerjarenplanning en strategie ontwikkeld. De vooropgestelde doelen kunnen via beleidsstudie-en participatie, actie en sensibilisatie worden gerealiseerd.

Alhoewel de visie van het sociaal en cultureel model reeds in alle facetten van de organisatie zit ingebed zal het zaak zijn ze te verduidelijken en aan een aantal principes concrete vorm te geven. Dit betekent bijvoorbeeld het herschrijven van een visie en missie, het gebruik van een consequent taalgebruik in de eigen communicatie.

Extern zal worden bekeken hoe het sociaal en cultureel model kunnen worden ingebed in overheids-en wetenschapsbeleid, het onderwijs, beeldvorming in de media en binnen visie en werking van gebruikersorganisaties zelf.

De resultaten van deze oefening zullen terug te vinden zijn in het Beleidsplan en planningen in het deel Werking van deze site en in de visie en missie in het deel Visie.

[Terug naar startpagina]