|
GRIP vzw | Koningsstraat 136 | tel 02 214 27 60 | fax 02 214 27 65 | info@gripvzw.be | www.gripvzw.be |
| n°30: mei - juni 2009 | Nieuwsbrief GRIP - Printbare versie |
Inhoud![]() |
|
Inleiding |
Beste lezers, Op maandag 8 juni, de dag na de verkiezingen, was er nog geen enkel budget gestort op de rekeningen van de deelnemers aan het PGB experiment. De vorige Vlaamse regering zou binnen haar legislatuur de doelmatigheid van het PGB onderzoeken, maar slaagde er zelfs niet in om mensen te doen experimenteren met een budget. Met de verkiezingen en de onderhandelingen voor de vorming van de nieuwe regering krijgen we een overdosis aan beloften en standpunten te verwerken. Wij willen het dus gewoon even simpel bij dit ene feit houden. De interpretatie en de politieke inkleuring laten we aan ieders eigen ingeving over… Iedereen heeft ondertussen trouwens al zijn bolletje ingekleurd. In deze nieuwsbrief kun je meer lezen over de ontwikkeling van dit PGB experiment. Het Expertisecentrum Onafhankelijk Leven (EOL), waar GRIP aandeelhouder van is, publiceerde immers een overzichtsartikel over hoe het PGB experiment in Vlaanderen tot nu toe verloopt. PGB en vooral directe financiering moet het eigen keuzes maken bevorderen. Ook de mentaliteit in de samenleving speelt een belangrijke rol in het al dan niet kunnen beslissen over je eigen leven. Jammer genoeg wordt er nog te vaak van uit gegaan dat anderen weten wat goed is voor mensen met een handicap en wordt er over de hoofden van mensen met een handicap heen beslist over grote en kleine dingen. GRIP besteedt daarom volop aandacht aan de beïnvloeding van de beeldvorming over personen met een handicap. Over onze mediacampagne “Leven zonder keuzes” tref je in deze nieuwsbrief nog een terugblik. Lees zeker ook de column van de hand van Viviane Sorée, geïnspireerd door de plotseling in de media opgelaaide discussie over commercialisering van de zorg. Haar tekst werd gepubliceerd als opinie-artikel vanuit het expertisecentrum Onafhankelijk Leven op De Standaard Online. Ik wens iedereen veel inspiratie bij het lezen van de bijdragen in dit nummer van de GRIP nieuwsbrief. En ik hoop dat het een mooie zomer wordt. Leon Verelst, voorzitter GRIP |
Vers van de pers |
Na een voorwoord kan je allereerst iets lezen over de missie, visie en ontstaansgeschiedenis van het Expertisecentrum. Daarna gaat men in op de werking van de organisatie en de samenwerking tussen de aandeelhouders. Het meer inhoudelijke deel van de nieuwsbrief geeft heel wat informatie over directe financiering. Een eerste en een tweede artikel verwijzen naar eigen onderzoek vanuit EOL: je krijgt een stand van zaken van directe financiering in maar liefst 12 Europese landen. Vervolgens geeft men een stand van zaken en een standpunt over het PGB experiment in Vlaanderen. Jurist Jos Huys sluit de nieuwsbrief af met nieuws en een kritische noot over de eerste uitvoering van het decreet over zorg- en bijstandsverlening. Meer informatie: |
Vers van de pers |
Van waar komen we?In het regeerakkoord voor de voorbije Vlaamse legislatuur staat dat men de doelmatigheid van het persoonsgebonden budget zou onderzoeken. De minister van Welzijn schoof dit echter stelselmatig voor zich uit. Men ondernam wel verschillende acties en verrichtte onderzoek over zorggradatie. De operatie zorggradatie wordt door het VAPH gezien als een belangrijke stap in de richting van zorgvernieuwing. In de praktijk lijkt het vooral uit te monden in een herverdeling van personeel over voorzieningen. Voor het verschil tussen zorggradatie en zorgvernieuwing kan je achteraan dit artikel een tekst lezen van Jos Huys. De werkelijke corebusiness van de zorgvernieuwing, namelijk (het onderzoek naar uitbouw van) een PGB-systeem bleef ondertussen liggen. In het najaar van 2007 stemde het Vlaams Parlement daarom een resolutie die de minister van Welzijn (toen nog Inge Vervotte) aanmaande om eindelijk werk te maken van een experiment. In het voorjaar van 2008 startte dan onder impuls van minister Steven Vanackere (opvolger van Inge Vervotte) een expertencommissie waarbinnen VAPH, academici, voorzieningen, budgethoudersverenigingen en verenigingen van personen met een handicap discussieerden over de concrete uitwerking van het experiment. 1 september 2008 was de officiële startdatum van het lang verwachte experiment. Voortraject afgerond, laat de budgetten nu eindelijk maar komen…Het experiment loopt nu al een schooljaar lang. Er is stof genoeg om al een eerste idee te vormen van hoe het verloopt. Op dit moment is de eerste fase, namelijk die van het voortraject, afgerond. De deelnemers hebben dus een proces van vraagverduidelijking doorlopen, een ondersteuningsplan opgemaakt, een inschaling gehad en er is hen een budgethoogte toegewezen. Van de 200 mensen zijn er uiteindelijk 168 deelnemers overgebleven. 15% van de deelnemers haakte dus af. Signalen over de redenen van afhaken, duiden op veel verschillende oorzaken: van een te lage budgethoogte over een veranderde situatie tot een onduidelijke en verwarrende communicatie vanuit het VAPH. Vraagverduidelijking en de opmaak van een ondersteuningsplanIn de maanden oktober - november 2008 startte het voortraject bij stap 1, de vraagverduidelijking. De budgethouders moesten deze stap verplicht doorlopen bij een organisatie. 15 budgethoudersverenigingen, verenigingen van mensen met een handicap, ambulante diensten zoals thuisbegeleidingsdiensten, en mutualiteiten boden vraagverduidelijking aan. Voor deze dienstverlening kregen zij via een trekkingsrecht met de overheid 540 euro per budgethouder met wie ze een overeenkomst hadden voor de vraagverduidelijking. De diensten die een overeenkomst sloten met budgethouders kregen een beperkte vorming1 over de visie, de doelstellingen en de indicatoren voor een goede vraagverduidelijking maar werden vrij gelaten in de toegepaste methodieken. Het proces van vraagverduidelijking resulteerde in een ondersteuningsplan. Het ondersteuningsplan dient uiteindelijk niet - zoals het VAPH voorstelde - als basis voor het berekenen van de budgethoogte. De bedoeling is dat het daarentegen een instrument is voor de persoon zelf om te helpen bij het maken van keuzes bij de besteding van het budget. Het VAPH maakte een webapplicatie waarop de vraagverduidelijkers de verschillende ondersteuningsnoden moesten invullen. Deze webapplicatie was echter pas in maart beschikbaar. InschalingHet experiment wordt gebruikt om een nieuw inschalingsinstrument te testen. Dit zou een beter instrument moeten zijn dan het instrument dat nu wordt gebruik voor de PAB-inschaling. Van het nieuwe instrument stelde men bovendien twee versies op: één voor mensen met een fysieke handicap en één voor mensen met een verstandelijke handicap. Niet de reële kostprijs van de assistentie werd berekend maar de kostprijs van deze soort permanentie/begeleiding zoals die vandaag in de collectieve voorzieningen erkend door het VAPH georganiseerd wordt. Budgetberekening en budgethoogteEind april kregen de deelnemers een brief met daarin de ingeschaalde budgethoogte. De toegekende budgetten variëren tussen de 4818 en 48176 euro. Het gemiddelde bedrag is 19785 euro. Dit zijn de bedragen zonder overheadkosten. Voor een aantal deelnemers is het geschatte bedrag hoger dan wat ze zouden krijgen via PAB en CRZ en voor een aantal deelnemers is dit lager. Voor overheadkosten zullen er in de loop van de tweede helft van 2009 extra budgetten worden toegekend van zodra bekend is waaraan de budgethouder zijn/haar budget zal besteden. Mensen die met het volledige budget of een deel ervan ondersteuning inkopen bij een voorziening zullen 15% extra budget krijgen. De budgetten voor het aanwerven van assistenten zullen echter maar met 2% verhoogd worden. Nochtans blijkt uit berekeningen van budgethoudersvereniging BOL-BUDIV dat overheadkosten voor het aanwerven van assistenten tussen de 6,5% en 12,5% bedragen. Het resultaat is dat wie zelf de ondersteuning volledig in handen neemt, onvoldoende budget zal hebben om de overheadkosten te betalen! Wat betreft de inschaling en de toewijzing van budgetten staat de budgethouder in een zeer zwakke positie. De budgettoekenning is een zeer ingewikkelde en bijgevolg haast administratieve taak geworden. Daarom is er geen deskundigencommissie zoals bij PAB wel het geval is. Het is niet duidelijk waar budgethouders naartoe kunnen voor vragen over hun inschaling of het toegekende budget. Er is geen beroepsprocedure voorzien. Enkel als de situatie van mensen verandert kan een herinschaling en een herberekening van het budget aangevraagd worden. Wel positief is dat budgethouders 50 euro krijgen bovenop hun budget om zich aan te sluiten bij een budgethoudersvereniging. BestedingsvrijheidDe vrijheidsgraad binnen het experiment is dezelfde als bij het Persoonlijk Assistentie Budget. Net als bij het PAB moet men via facturen en loonfiches de effectief gebeurde uitgaven bewijzen. Per kwartaal moeten de budgethouders doorgeven aan het VAPH hoeveel van het budget ze hebben opgebruikt. Wat na een jaar over is, wordt door het VAPH teruggevorderd. Recht op informatie geschondenHet recht op informatie blijkt op verschillende keren geschonden te zijn. De meest duidelijke voorbeelden zijn dat slechts bijna de helft van de deelnemers over een elektronisch of schriftelijk exemplaar van zijn/haar ondersteuningsplan beschikt. Een minderheid beschikt over het inschalingsverslag. Verruiming van het bestaande aanbod?Het valt nog af te wachten of er meer dan de huidige spelers op de zorgmarkt hun diensten zullen aanbieden aan de budgethouders. De voorbereidingen om dit mogelijk te maken zijn nog niet getroffen. Het VAPH zal in de komende maanden contractvereisten opstellen voor de overeenkomsten tussen budgethouders en zorgaanbieders. Hierin zullen niet de vandaag geldende voorwaarden voor erkenning worden opgenomen maar wel nieuwe voorwaarden die moeten zorgen voor garantie op kwaliteit, inspraak en transparantie. Wetenschappelijkheid?Van bij het begin vond men de wetenschappelijke begeleiding van het experiment terecht zeer belangrijk. Ook werden er echter van bij het begin door verenigingen van personen met een handicap vraagtekens geplaatst bij de wetenschappelijkheid van deze begeleiding. Omwille van deze “wetenschappelijkheid” werd onder andere de doelgroep beperkt tot 200 mensen uit slechts 2 strikt afgebakende regio’s en werden minderjarigen uitgesloten. Maar is het mogelijk om een representatief onderzoek uit te voeren met maar 200 en uiteindelijk zelfs nog minder deelnemers? Toegankelijkheid van vragenlijsten (en van enquêteurs) is een zeer belangrijk aspect bij het bevragen van personen met een handicap. GRIP wees hier drie jaar geleden al op bij de publicatie van “Inclusiespiegel Vlaanderen”. Bij budgethoudersvereniging BOL-BUDIV rezen vragen over de toegankelijkheid van vragenlijsten naar aanleiding van reacties van deelnemers aan het experiment. Recente ontwikkelingen Na de publicatie van het artikel van EOL werd bekend dat er van de 168 overblijvende deelnemers 10 zijn die hebben laten weten dat zij niet zullen doorgaan. 81 mensen daarentegen hebben gezegd dat zij effectief zullen beginnen met het hun toegewezen budget. Van de 70 overige mensen heeft men geen nieuws. Men zal deze laatsten opbellen om duidelijkheid te krijgen over hun engagement. De mensen die doorgaan zullen binnenkort gevraagd worden om een eerste inschatting te doen over het bedrag van hun eerste kwartaalfactuur (juli, augustus, september). Belangrijkste bedenkingenHet is onaanvaardbaar dat mensen die volledig zelf hun ondersteuning organiseren zelfs in het PGB-experiment minder kansen krijgen. Dit experiment heeft juist als doel de sturing door de persoon zelf te vergroten. Wat vindt GRIP?Ondanks een aantal bedenkingen is het goed dat er eindelijk geëxperimenteerd zal worden met persoonsgebonden budgetten. Ook het feit dat men kan kiezen voor directe financiering (het geld zelf op de rekening krijgen) is positief. We hopen dat de evaluatie aan het einde van het experiment ingaat op de zaken in het experiment die we minder zien zitten. GRIP pleit bovendien voor een uitbreiding van het experiment. Een mogelijkheid om dit te doen is het “reconverteren” van plaatsen in voorzieningen. Mensen die dit willen zouden de kans moeten krijgen om aan dezelfde voorwaarden als de huidige deelnemers aan het experiment via persoonsgebonden financiering hun ondersteuningsnoden in te vullen. Een andere mogelijkheid is om extra budgetten vanuit de overheid in te zetten via persoonsgebonden financiering. Dit houdt in dat men budgetten aan mensen op de wachtlijsten zou toekennen en niet aan zorgvormen binnen bestaande voorzieningen. De nieuwe minister van Welzijn zou binnen een mogelijk uitbreidingsbeleid 2010-2011 dit accent kunnen geven en voor maart 2010 het kader hiervoor kunnen creëren. Meer informatie: |
Dossiers |
In onze nieuwsbrief van maart/april stelden we onze campagne “Leven zonder keuzes, dat is pas een handicap” voor. Je hebt ongetwijfeld het filmpje met Herman Brusselmans zien passeren en doorgestuurd. Toch niet! Surf dan als de bliksem naar zonderkeuzes.be, bekijk het filmpje en stuur de link door naar al je familieleden, vrienden en kennissen. Naast het filmpje met Herman Brusselmans, de radiospot en de affiches van Herman Brusselmans en Roos Van Acker, waren we met de campagne driemaal te zien op de jongerenzender TMF.
Alle online-kranten droegen hun steentje bij voor de verspreiding van de campagne via een kort artikel van onze campagne in hun dagblad. En, ook op tal van blogs en websites ging het filmpje met Brusselmans niet onopgemerkt voorbij. Ben je benieuwd naar wat er zoal geschreven werd, neem dan zeker een kijkje via Google. Als je ‘Brusselmans + GRIP intikt’ krijg je een overzicht van alle sites waar onze campagne in de kijker werd gezet. In de geschreven pers werd de campagne onder de aandacht gebracht door Jody Donnelly. Jody is zelf een persoon met een handicap. De voorbije maanden schreef ze elke vrijdag een column in Het Laatste Nieuws. De GRIP-campagne was haar niet ontgaan. Ook in Focus Knack verscheen een kort artikeltje. Met de campagne wilden we de mensen aan het denken zetten rond de betekenis van zelfbeschikking. Wij vinden dat het gewoon een recht is om zelf te kiezen waar en met wie je gaat wonen, hoe je je vrije tijd invult, met wie je een relatie aangaat, waar en wat je studeert en welk werk je wil doen. We richtten onze pijlen in eerste instantie op de sociaal geëngageerden, die nog niet met handicap in aanraking kwamen maar wel openstaan voor anders-zijn. Maar, hoe groter het publiek dat de campagne bereikt hoe beter natuurlijk. Of de campagne aangekomen is bij het grote publiek en wat het effect was, daar hebben we momenteel slechts een beperkt zicht op. Natuurlijk kregen we heel wat reacties binnen onze directe omgeving. Maar, het zou interessant zijn om een breder zicht te krijgen op het effect van onze campagne. Daarom doen we in de eerste plaats een beroep op jou, onze nieuwsbrieflezer. Zag je het filmpje met Brusselmans of de affiches met Brusselmans en Roos Van Acker, hoorde je onze spot op de radio en wil je er je mening over kwijt? Het kan! Je kunt je mening posten op ons forum of bij Nancy Lievyns, stafmedewerker sensibilisatie, via nancy@gripvzw.be. We kijken alvast uit naar jullie reacties. Meer informatie: |
Vers van de pers |
“Steeds opnieuw moedigde mama haar kinderen aan om naar de zon te reiken. Dat haalden we niet, maar we kwamen wel van de grond” Zora Neale Hurstorn (1891 – 1960), een schrijfster en antropologe die ijverde voor de culturele expressie van Afro-Amerikanen Gelijke rechten en kansen voor personen met een handicap… dat lijkt soms hoog gegrepen. Dat we nog een lange weg voor de boeg hebben is duidelijk. Maar duidelijk is ook dat er in 2008 weer stappen vooruit gezet zijn. Zo denken we aan de realisatie van het Vlaamse Gelijkekansen- en gelijkebehandelingsdecreet, de opstart van het PGB-experiment of de prominente rol die personen met een handicap op de beeldbuis kregen door het TV-programma “Voorbij de Grens” (alhoewel over dit laatste de meningen verdeeld zijn). In dit jaarverslag kun je lezen wat GRIP in 2008 heeft opgezet, uitgevoerd of aangestuurd om meer gelijke rechten en kansen voor personen met een handicap te realiseren. Je zult merken… we kwamen wel van de grond. In 2008 werkten we verder op basis van de koers die uitgezet werd in het strategisch beleidsplan 2007-2009. De werking aan de hand van de drie zwaartepunten – ervaringsdeskundigheid, mensenrechten en kwaliteit van bestaan – kreeg verder vorm. De stuurgroepvergaderingen en netwerken van experts zorgden voor een levendige interne dynamiek. Vernieuwing in de staf en in de bestuursgroep kondigde zich reeds eind 2007 aan. Na de opstart van een nieuwe medewerkster sensibilisatie (Nancy Lievyns), nieuwe medewerkster organisatie (Hayat Adahchour) en een nieuwe coördinator (Patrick Vandelanotte), deden zich midden 2008 nog drie wissels in de personeelsploeg voor. Met nieuwe medewerkers in de functies medewerker administratie (Marie Aeles), medewerker Beleid (Katrijn Ruts) en stafmedewerker Handicap en Arbeid (Jos Wouters), is de ploeg in de loop van iets meer dan een jaar volledig vernieuwd. De vaste ploeg werd in 2008 nog aangevuld met een projectmedewerker PGB (Ben Vanelslander), die ook in 2009 actief blijft als projectmedewerker Mediawatch. Zowaar geen tekort aan nieuwe impulsen, maar toch even een tekort aan continuïteit. We kunnen er niet buiten dat deze verschuivingen zich even lieten voelen in de snelheid van de werking. Daardoor was het bijvoorbeeld nodig om wat gas terug te nemen op het zwaartepunt mensenrechten en de studiedag rond ervaringsdeskundigheid vooruit te schuiven naar het voorjaar 2009. Vernieuwing ook bij de bestuursploeg, zij het niet zo radicaal. Op de Algemene Vergadering in het voorjaar sloten heel wat nieuwe, geëngageerde bestuursleden zich aan. De secretaris, Leon Verelst, nam de fakkel over van Elke Willaert als voorzitter en Annemie Anthonissen en Patrick Schelfhout traden aan als nieuwe secretaris en nieuwe penningmeester. Halfweg het jaar werden we geschokt door het plotse overlijden van Jan-Jan Sabbe. Jan was medeoprichter van GRIP en na vele jaren nog steeds een heel dynamische bezieler en bestuurder. Met Jan verliest de burgerrechtenbeweging voor personen met een handicap een grote voorvechter. Tot aan zijn overlijden was Jan gedreven bezig, één en al gericht op innovatie. Het project Expertisecentrum Onafhankelijk Leven stond in de startblokken. We zijn dan ook tevreden dat dit project in het najaar effectief is kunnen opstarten. Het expertisecentrum vormt een nieuw krachtig netwerk bij het streven naar zelfbeschikking en onafhankelijk leven, waar we vanuit GRIP voluit aan participeren. We kijken dan ook uit om in 2009 daar de eerste resultaten van te zien. Tot slot van deze inleiding: een woord van dank aan alle medewerkers van GRIP, vrijwilligers en beroepskrachten. GRIP is en blijft eerst en vooral een beweging van en voor personen met een handicap. Het is de inzet van de “GRIPpers” die ervoor zorgt dat GRIP mee vorm geeft aan de idealen waar wij – als naar de zon – naar reiken: zelfbeschikking, respect voor anders-zijn en verbondenheid over de drempels van beperkingen heen. |
Vers van de pers |
Een goed idee wordt werkelijkheidWat je eerst moet nagaan is of je aanbod een antwoord is op een vraag van mensen. Want los van je beperking heeft je onderneming maar kans op slagen als je iets doet / produceert dat anderen nodig hebben. Dit wordt het marktonderzoek genoemd. Hou er ook rekening mee dat je nooit helemaal zeker kunt zijn dat iets aanslaat, maar dat is het risico dat zelfstandigen/ondernemingen lopen. Je moet ook opletten dat je voldoende geld hebt om te kunnen starten. In de beginperiode verdien je niet veel. Om deze fase door te komen is steun van je omgeving, je familie, je vrienden van groot belang. Deze steun kan verschillende vormen aannemen. Het is aangewezen heel de opstart niet op je eentje proberen af te handelen. Er zijn verschillende organisaties van zelfstandigen/ondernemingen die starters op weg helpen. Op zoek naar ondersteuningMeer informatie op de website van vdab UitleidingVoor personen met een handicap bestaan er sinds vorig jaar dus speciale ondersteuningsmaatregelen. Zo kunnen personen met een handicap ook een zelfstandige activiteit beginnen. In het kader van de vrije keuze voor ieder persoon is dit een stap vooruit. Voor de volledigheid willen we hier nog eventjes meegeven dat er voor werknemers nog extra tewerkstellingsondersteunende maatregelen bestaan. Voor werknemers bestaan er naast VOP en arbeidspostaanpassing ook aanpassing van het arbeidsgereedschap (blijft eigendom van de persoon met een handicap), tolkuren voor doven en slechthorenden, verplaatsingskosten van en naar het werk. Met vragen of reacties rond dit thema kun je steeds terecht bij Jos Wouters, de stafmedewerker van GRIP die het gebruikersplatform Handicap en Arbeid ondersteund op jos@gripvzw.be of tel. 02 / 214 27 66 |
Dossiers |
In de eerste werkgroep stonden we stil bij het inzetten van de ervaringsdeskundigheid van personen met een handicap voor wie het moeilijker is om te communiceren. Zij hebben niet altijd een sterke stem om hun wensen en noden kenbaar te maken. In deze werkgroep stonden we stil bij het belang van echte participatie. Het is belangrijk dat mensen niet alleen inspraak hebben bij kleine praktische problemen, maar ook wanneer het gaat over thema’s die te maken hebben met het beleid in een voorziening. Het is essentieel aandacht te hebben voor de middelen die nodig zijn om iedereen de kans te geven te participeren. Er is ondermeer aandacht nodig voor toegankelijkheid en ondersteuning. Het thema van de tweede werkgroep was beleidsparticipatie. Beleidsparticipatie of actieve participatie beïnvloedt passieve of maatschappelijke participatie. Daarom is het belangrijk dat ook personen met een handicap kunnen participeren aan het beleid. Op de participatieladder onderscheiden we diverse manieren van participatie, ondermeer inspraak en advies. Een advies kan bindend of vrijblijvend zijn. Om personen met een handicap toe laten te participeren aan het beleid is het noodzakelijk dat er voldaan wordt aan een aantal randvoorwaarden. De werkgroep rond Disability Studies stond stil bij de positie van ervaringsdeskundigheid in het wetenschappelijk onderzoek. We zijn het er over eens dat wetenschappelijk onderzoek moet investeren in de betrokkenheid van personen met een handicap. Het is belangrijk dat personen met een handicap zelf onderzoek kunnen leiden. Dit betekent echter niet dat onderzoek rond het thema handicap enkel door personen met een handicap gevoerd kan worden. Binnen deze werkgroep werd er stilgestaan bij de specificiteit van Deaf Studies. Het werd duidelijk dat onderwijs en doorstroming naar de arbeidsmarkt belangrijke aandachtspunten zijn voor de evolutie naar meer onderzoek vanuit personen met een handicap zelf. Het inzetten van ervaringsdeskundigheid in een professioneel kader biedt een meerwaarde. Wel moet men rekening houden met een aantal valkuilen. Zo is het belangrijk dat er een evenwicht is tussen ervaringsdeskundigheid en professionele deskundigheid. In deze werkgroep werd de vraag gesteld of mensen met een handicap aangeworven kunnen worden op basis van hun ervaringsdeskundigheid. Vaak zijn enkel diploma’s een weg naar tewerkstelling. Competentiemanagement kan momenteel nog niet ingezet worden omdat diploma’s een vereiste zijn voor subsidiëring. Daarom is het belangrijk dat er een kader uitgewerkt wordt voor ervaringsdeskundigheid. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ervaringsdeskundigheid op alle domeinen van het leven ingezet kan worden? Dit was het thema van werkgroep 5. Het is belangrijk dat ervaringsdeskundigheid door alle beroepskrachten erkend wordt, van hulpverleners tot beleidsmensen. Ervaringsdeskundigheid is gelijkwaardig aan professionele deskundigheid. Dit betekent niet dat ze ook gelijk zijn. Ze vertrekken beiden vanuit een specifiek perspectief. Om iedereen de kans te geven zijn ervaringsdeskundigheid in te zetten in zijn persoonlijk leven en zo tot zelfbeschikking en een maximale kwaliteit van bestaan te komen, is het essentieel dat er structurele ondersteuning is voor de mensen die het nodig hebben. Zodat een kwaliteitsvol bestaan niet afhankelijk hoeft te zijn van het geluk om op het juiste moment de juiste personen te ontmoeten. Concluderend lijsten we de actiepunten op die we meenemen uit de diverse werkgroepen Actiepunten onvoorwaardelijke participatieActiepunten beleidsparticipatieActiepunten Disability StudiesActiepunten professionele ervaringsdeskundigheidActiepunten ervaringsdeskundigheid op alle domeinen van het levenAan al onze verslagnemers hartelijk dank voor jullie waardevolle bijdrage. Meer informatie: |
Vers van de pers |
… en misschien komen we wel bij jou in de buurt de volgende maanden. Niet te missen! 03 juli 2009 - 30 juli 2009 04 augustus 2009 - 29 augustus 2009 01 september 2009 – 30 september 2009 |
Vers van de pers |
Op 3 juni vond in Hasselt een studiedag rond Onafhankelijke Cliëntondersteuning plaats. Een aantal stafleden en medewerkers van GRIP was hier op aanwezig, net als zeker honderd andere werknemers en vrijwilligers van verenigingen van mensen met een handicap, werknemers van voorzieningen en multidisciplinaire teams, … Met onafhankelijke cliëntondersteuning bedoelen de organisatoren van de studiedag ondersteuning voor mensen die hun leven vorm wil geven, zoeken naar de nodige ondersteuning hiervoor en hier hulp bij willen. De huidige termen vraagverduidelijking, trajectbegeleiding, persoonlijke toekomstplanning, EEP-groepen, peer-counseling en wellicht nog vele andere concepten verwijzen hiernaar. Op de studiedag werd door verschillende sprekers het verband gelegd tussen onafhankelijke cliëntondersteuning, je leven in eigen handen nemen en eigen keuzes maken en kwaliteit van bestaan.
Claudia Claes: kwaliteit van bestaan verhogenHet uiteindelijk doel van onafhankelijke cliëntondersteuning is de kwaliteit van bestaan van de persoon verhogen. Claudia Claes beet in de voormiddag dan ook de spits af. Zij is lector aan de Hogeschool Gent en mede-auteur van de Personal Outcome Scale. Dit is een instrument dat de kwaliteit van bestaan van mensen met een verstandelijke handicap wil meten. Zij legde al meteen het verband met je eigen keuzes leren maken. Dit is extra relevant voor mensen met een verstandelijke handicap. Nog minder dan anderen leren zij om na te denken over wat zij willen doen en bereiken in hun leven, wat zij willen leren. Nog meer misschien dan bij anderen ziet men vooral hun beperkingen en minder hun mogelijkheden en talenten. Ze benadrukte ook dat het belangrijk is ook empirisch onderzoek te doen om te kijken of de interventies wel het juiste effect hebben. Sven Destaerke: samenwerkingsverband Op MaatAls tweede spreker kwam Sven Destaerke van het project Op Maat aan bod. Dit is een initiatief van zeven voorzieningen in het Antwerpse. Zij hebben zowel subsidies voor de organisatie van trajectbegeleiding als eigen middelen bijeengelegd met als doel mensen met een handicap een kwaliteitsvolle trajectbegeleiding aan te bieden. Op termijn wil men een onafhankelijke organisatie creëren maar de huidige regelgeving staat dit nu nog in de weg. De organisatie heeft ondertussen al een 300-tal ondersteuningsvragen van personen met een handicap. Op Maat probeert uitdrukkelijk vanuit het perspectief van de persoon zelf te werken en niet vanuit het bestaande aanbod te denken. Dit perspectief is echter zelf vaak voorgevormd door een bepaald aanbod of door de visie binnen een organisatie. Een voorbeeld is dat van een man die graag naar een gewone school wou gaan. Het CLB “duwde” de persoon echter in de richting van het buitengewoon onderwijs. Ook de ouders wensten hun zoon liever in het buitengewoon onderwijs te zien. Een ander voorbeeld gaat over een persoon in een rolstoel die al jaren in het buitengewoon onderwijs les volgde. Bij de eerste kennismaking met Op Maat zei hij dat hij een dagcentrum zocht want dat hij naar een dagcentrum moest. De man was verbaasd dat dit voor zijn gesprekspartner niet evident was. Zijn beeld van wat hij kon doen was gevormd door zijn school die geen andere mogelijkheden voor ogen had voor een persoon met zijn beperking. De conclusie is dat er vaak nog niet echt geluisterd wordt naar wat de persoon wil. Men weet de signalen niet op te vangen of men gaat er niet op in. Bovendien is het inclusieve circuit vaak nog niet zo vanzelfsprekend als het aparte circuit van buitengewoon onderwijs, dagcentra, beschutte werkplaatsen,… . Op Maat legt ook de nadruk op het feit dat het niet enkel gaat om het zoeken naar wensen, maar dat je de persoon ook een perspectief moet bieden. In de praktijk betekent dit dat Op Maat veel bemiddelt tussen de persoon en organisatie en vooroordelen binnen organisaties tracht weg te werken. Bea Maes: kwaliteitsvolle vraagverduidelijkingDerde en laatste spreker van de ochtend was professor Bea Maes van de vakgroep Orthopedagogie van de KULeuven. Zij verzorgde in het najaar van 2008 de vorming van de vraagverduidelijkers en zorgde voor het sjabloon voor de ondersteuningsplannen in het PGB-experiment (zie elders in deze nieuwsbrief). Op de haar eigen gedreven manier gaf zij een lezing over kwaliteitsvolle vraagverduidelijking. Het tweede deel van de lezing besteedde ze aan een opsomming van de voorlopige resultaten van haar onderzoek over stap 1 van het pgb-experiment, de fase van vraagverduidelijking. We wachten het afgeronde onderzoek af voor een uitgebreide berichtgeving hierover in een nieuwsbrief of op www.persoonsgebondenbudget.be. Hieronder toch al een paar opvallende zaken: Slechts 57% van de deelnemers beschouwt het ondersteuningsplan zeer zeker als een hulpmiddel bij de toekomstige besteding van het budget. Maar is dit niet enigszins logisch als slechts 55% van de deelnemers over een elektronisch of schriftelijk exemplaar van het ondersteuningsplan blijkt te beschikken? Een hoog percentage (80%) geeft aan na de toekenning van het budget nog verder beroep te willen doen op een professioneel die hen begeleidt bij de besteding van het budget tijdens het verdere traject. Dit geeft aan dat onafhankelijke cliëntondersteuning voor mensen een concrete hulp kan zijn bij het (beginnen) werken met een budget, een belangrijk aandachtspunt dus voor het beleid. Adolf Ratzka, Independent Living Institute, ZwedenAs long as we regard our disabilities as tragedies, we will be pitied. De namiddag vangt aan met een voordracht van een internationale gast, Adolf Ratzka. Ratzka is al zeer lang actief bij het Independent Living Institute. Hij vertelt in de eerste plaats vanuit zijn eigen ervaring wat het betekent om eigen keuzes te maken en hoe belangrijk het is dat er werkelijk geluisterd wordt naar de persoon. Hij gaat vervolgens ruim in op de noodzaak om te werken aan toegankelijkheid van de openbare ruimte, woningen, etc. om een onafhankelijk leven in de samenleving mogelijk te maken. Artikel 9 en 19 van het VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap illustreren zijn verhaal. Na de sprekers van de voormiddag gaat ook Adolf Ratzka in op het belang van onafhankelijke informatie als vorm van onafhankelijke cliëntondersteuning. Hij vertelt dat het Independent Living Institute personen met een handicap bepaalde informatie over dienstverleners verschaft zodat zij beter keuzes kunnen maken. In verband met onafhankelijke cliëntondersteuning voor mensen met een verstandelijke handicap benadrukt Ratzka dat de interpretatie van wensen en noden best gebeurt door mensen die dichtbij de persoon staan, zoals familieleden, eerder dan door professionelen. Panel ervaringsdeskundigenNa de koffiepauze beantwoordt een panel van ervaringsdeskundigen een aantal prangende vragen uit het publiek. Een eerste vraag gaat over hoe men autonomie van personen met een zware beperking ziet. Het panel geeft aan dat het belangrijk is hierin te investeren en er bij elke persoon apart naar op zoek te gaan. Onderwijs in gewone scholen is belangrijk, zodat het kind zich niet apart voelt. Ten slotte wordt ook netwerkvorming aangegeven als een sleutel. Het netwerk kan erover waken dat de keuzes van de persoon worden gerespecteerd en opgevolgd. Iemand uit het publiek is onder de indruk van een aantal ontwikkelingen in Zweden en vraagt zich af waarom we hier in België daar zover van af staan. Vanuit het panel duidt men de relatief hoge kwaliteit van de Vlaamse voorzieningen aan als hinderpaal om snel vooruit te gaan. Bovendien zou het hoge aantal voorzieningen een alibi zijn om gewone woningen niet toegankelijk te maken. Ratzka zelf is van oordeel dat wie de zorg in handen heeft vaak de motor voor verandering is. Maar wie de motor is, zal ook zijn stempel drukken op de verandering. In landen waar zorgorganisaties geleid worden door pmH zelf, zal waarschijnlijk meer de nadruk gelegd worden op onafhankelijkheid, zelfbeschikking, inclusie. In andere landen kan er een verband zijn tussen wie voorzieningen beheert en grote weerstanden tegen bijvoorbeeld persoonlijke assistentie en inclusief onderwijs. Dit heeft ook zijn weerslag op de mentaliteit in de samenleving, aldus Ratzka. Een laatste persoon vraagt zich af of het invoeren van een PGB-systeem betekent dat je de vrije markt laat spelen en of dit een gevaar is. Ratzka antwoordt hier op dat er op dit moment in Zweden geen vrije markt is voor hulpmiddelen. Het gevolg is dat hij jammer genoeg maar kan kiezen uit een paar soorten rolstoelen. Dit systeem doet hem zelfs denken aan Oost-Europese planeconomieën. Na een aantal beschouwingen door de directeur van het Pluralistisch Platform Gehandicaptenzorg, Jo De Niel, mag algemeen directeur van het VAPH Dany Dewulf de dag afsluiten. Meer informatie:Meer informatie over het project Onafhankelijke Cliëntondersteuning en het verslagboek van de studiedag met de teksten van de voordrachten kan je vinden op www.fokus-op-emancipatie.be of via info@fokus-op-emancipatie.be. Opgelet! Deze website is onder constructie tot augustus. |
Activiteiten
|
Met genoegen deelt de Raad van Bestuur van de ‘Werkgroep Thuisverzorgers vzw’ u
mee dat de naam van haar vereniging is gewijzigd in ‘Kenniscentrum Mantelzorg Het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs ondersteunt alle hogescholen en universiteiten in Vlaanderen om gelijke kansen voor en volwaardige participatie van studenten met leerproblemen, een functiebeperking, langdurige ziekte… te creëren. Binnenkort gaan zij met het SIHO internationaal, en dit naar Slovenië. Ze zijn op zoek naar een enthousiaste student(e) uit het hoger onderwijs die er samen met hen wil invliegen. Meer informatie op www.siho.be, tel.:0473 / 59 09 72 mail: info@siho.be. |
Sensibilisatie |
GRIP organiseerde in het voorjaar van 2005 een cartoonwedstrijd. Wij selecteerden voor jou de beste inzendingen. De cartoon van de maand is er één van Filip Heyninck en draagt de titel “Biecht”. Reserveer de volledige cartoontentoonstelling van GRIP gratis voor je organisatie, dienst of instelling. ![]() |
Column |
Naar aanloop van de verkiezingen raakten Open-VLD en CD&V met elkaar in een verhit debat over de commercialisering van de zorg. Zo gleed de focus weg van de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg. Nu de kiezer de kaarten heeft geschud willen wij - als gebruikers van die zorgsector - dit debat opentrekken. Niet om opnieuw in slogantaal te vervallen, maar om te kijken waar Vlaanderen – en vooral dan de Vlaming die zelf ondersteuning nodig heeft – het beste bij gebaat is. Het is noodzakelijk goed te weten waarover we praten. Keuzevrijheid wordt geringeloord De zorgsector in Vlaanderen is grotendeels in private handen. De privatisering van de zorg is dus al een feit. De overheid sluit overeenkomsten met deze zorgvoorzieningen of legt strikte voorwaarden op voor de erkenning en subsidiëring ervan. Op die manier controleert én stuurt de overheid het zorgaanbod. Maar zelfs al voorziet de regering voldoende budgetten om de wachtlijsten weg te werken, het zou niet volstaan. De stroeve wetgeving voor de erkenning en uitbreiding van voorzieningen en de achterhaalde wijze van kwaliteitscontrole, staan zorg op maat en levenskwaliteit voor mensen met een handicap in de weg. De voorzieningen zelf zijn al jaren vragende partij voor minder stroeve regeltjes. Bovendien willen de belangenverenigingen van personen met een handicap dat niet het aanbod, maar wel de vraag van de gebruikers centraal staat, zonder dat de financiële positie van deze personen hierdoor achteruit gaat. Vraagsturing betekent ook meer marktwerking. Ben je niet tevreden, dan vertrek je naar elders. Dit versterkt niet enkel de positie van de zorggebruikers, het komt ook de kwaliteit ten goede: wie geen kwaliteit aanbiedt, wordt daarop afgerekend. Het debat over de toekomst van de zorgsector laat zich niet herleiden tot een loutere geldkwestie. Directe financiering is de toekomstWij schuiven als antwoord voor de ondersteuning van mensen met een handicap ook de keuze voor directe financiering naar voren. Dit betekent dat de financiering van de welzijnssector niet langer op basis van gemiddelden en een stroef erkenningsysteem gebeurt, maar dat die werkt met individuele budgetten. Dit is veel rechtvaardiger dan een gemiddelde kostprijs per bed. De grootte van een individueel budget wordt bepaald door de ondersteuningsnoden van elk individu. Het type van voorziening, noch het feit of dit een privaat, een publiek, een non-profit of een commercieel initiatief is, bepaalt de subsidiëring. Zo komt de ondersteuningsnood van de persoon met beperkingen op het voorplan. Hij of zij kan zelf de dienstverlener kiezen die het beste aan zijn of haar noden tegemoetkomt. De individuele budgetten moeten evenmin naar de voorzieningen gaan, maar direct naar de zorggebruikers. Zo geven we de gebruikers het heft in handen om hun zorg zelf te sturen. We stappen dan eindelijk af van een systeem waarin de overheid beweert te weten wat goed is voor de mensen en bepaalt hoe men de beste levenskwaliteit moet verwezenlijken. Hierdoor zal ongetwijfeld ook het zorgaanbod veranderen. PGB-experiment eindelijk gestartEen manier om directe financiering te organiseren is het Persoonsgebonden Budget of PGB. Het PGB- decreet werd al in 2001 goedgekeurd. In het vorige regeerakkoord stond dat de doelmatigheid van het PGB onderzocht zou worden via een experiment. Dat onderzoek startte in 2008, maar pas deze week ontvingen een dertigtal deelnemers van het experiment hun budget. Aan het experiment kunnen niet enkel erkende zorgvoorzieningen deelnemen, maar ook nieuwe spelers op de markt. Ook deze effecten worden geëvalueerd. Zoals professor De Maeseneer in De Morgen op 5 juni stelde, vereist het werken met persoonlijke budgetten een partnership tussen de gebruiker en hulpverleners. Dit betekent ook dat de gebruiker een grote rol krijgt bij de beoordeling van de zorgkwaliteit. Vandaag gebeurt dit niet in de gehandicaptenzorg. Met uitzondering van het PAB of Persoonlijke Assistentiebudget waarbij personen met een handicap zelf hun ondersteuning kunnen organiseren. De kwaliteit van de zorgvoorzieningen wordt vandaag enkel gemeten aan de hand van procedures. Naar het resultaat voor de gebruiker wordt niet gekeken. Een interessante evolutie is de ontwikkeling van een kwaliteitslabel in Nederland. Ook in Zweden worden mensen met een handicap en hun familie zelf in staat gesteld om zich te informeren over de specialisatie, de aanpak en prijzen en kunnen zij zelf keuzes maken. Het komt er nu op aan om in Vlaanderen concrete voornemens over de uitbreiding van het PGB neer te pennen in het regeerakkoord. Niet op basis van holle slogans over een commercialisering of ethische principes, maar op basis van ervaringdeskundigen en de noden van de gebruikers zelf opdat zij een onafhankelijk leven kunnen leiden. Viviane Sorée |
Sluit aan |
Heb je voeling met onze werking en sta je achter onze standpunten, word dan sympathisant van GRIP (gratis). Het zal onze organisatie meer draagkracht geven bij het beïnvloeden van het beleid. Op deze link vind je een invulformulier. Dank ! |
Archief |
Onze oudere nieuwsbrieven kan je bekijken op het deel nieuwsbrief van onze website |
|
|