|
GRIP vzw | Koningsstraat 136 | tel 02 214 27 60 | fax 02 214 27 65 | info@gripvzw.be | www.gripvzw.be |
| n°28: maart - april 2009 | Nieuwsbrief GRIP - Printbare versie |
Inhoud![]() |
|
Inleiding |
Beste lezers, We komen op straat. "Nationale betoging om de tekorten in de gehandicaptensector op te lossen" heet dit dan. Maar eigenlijk voelt dit helemaal niet goed. Oké, het is crisis, maar laat ons eerlijk zijn, we leven toch in een welvaartmaatschappij. Voor ons welzijn moeten we echter nog geld inzamelen, lobbyen, bedelen en op straat komen. Is dit het lot van personen met een handicap ? Het gaat toch om basisrechten of lees ik het VN-verdrag dan weeral verkeerd. RECHT OP KWALITEITSVOLLE ONDERSTEUNING. Daar heeft men in het welvarende Vlaanderen nooit van gehoord misschien ? Mij maken ze niet wijs dat het onbegonnen werk is om de wachtlijsten weg te werken of de zorgvernieuwing waar te maken. Reeds tien jaar lang zijn de problemen bekend en het lijkt erop dat men meer tijd steekt in analyses, het probleem in kaart brengen en besprekingen, dan in concrete oplossingen. Zonder de partijpolitieke toer op te gaan meen ik toch dat het hier gewoon ontbreekt aan een vastberaden en doortastend beleid. De Vlaamse verkiezingen komen eraan en het is goed om deze zaken eens scherp te stellen. GRIP doet er ondertussen alles aan om gelijke kansen en gelijke rechten voor personen met een handicap in de media en op de politieke agenda te krijgen. De multimedia-campagne "Leven zonder keuzes, dat is pas een handicap" en het politiek debat op de REVA-beurs (25 april) maken deel uit van onze strategie. We nodigen ook iedereen van harte uit op onze OPEN-GRIP DAG op 16 mei die volledig in het teken staat van de verkiezingen. Met het politiek manifest van GRIP in de hand, zal iedereen er in gesprek kunnen gaan met de verschillende politieke partijen op een politieke markt en tijdens een zitting van een GRIP-parlement. Op 7 juni draagt iedereen zijn verantwoordelijkheid om zijn stem uit te brengen… maar daarvoor krijgen jullie nog een extra Nieuwsbrief in de bus die het politieke landschap doorlicht vanuit de invalshoek van personen met een handicap. Leon Verelst, voorzitter GRIP |
Vers van de pers |
Reeds jarenlang worden we in Vlaanderen geconfronteerd met wachtlijsten voor de ondersteuning van personen met een handicap. Met de Vlaamse verkiezingen in het verschiet, is weer een tijd aangebroken van vooruitkijken en plannen maken. Dit doet ook het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), de overheidsdienst die instaat voor de uitvoering van het ondersteuningsbeleid voor personen met een handicap. Centraal in het meerjarenplan dat het VAPH op 24 maart voorstelde staat de vraag welk antwoord we in Vlaanderen over de periode van 2010 tot 2014 kunnen bieden aan de ondersteuningsvragen van personen met een handicap. Dit meerjarenplan, ondertussen wat afgezwakt tot een meerjarenanalyse, deed reeds heel wat stof opwaaien en ligt nu ter discussie in het Vlaams parlement. Op 24 maart kwam Laurent Burssens, administrateur-generaal van het VAPH, dit toelichten op de commissie Welzijn en op 21 april (na de deadline van deze nieuwsbrief) is er op diezelfde commissie een hoorzitting. Knopen doorhakken gebeurt bij de onderhandelingen voor een nieuwe regering. GRIP wil deze probleemstelling benaderen vanuit zijn eigen basisprincipes. Wij zijn immers een burgerrechtenorganisatie die opkomt voor gelijke rechten en gelijke kansen voor alle personen, in het bijzonder voor personen met een handicap. Recht op ondersteuning staat voor GRIP vooropDe conclusie die het VAPH ons voorlegt is verbluffend: men kan niet verwachten dat Vlaanderen het budget vrijmaakt dat nodig is om de wachtlijsten op te lossen. Na het poneren van deze stelling, wordt het debat dan herleid tot de vraag: "Hoe kunnen we dit budget het best beheersen?" GRIP komt op voor het recht op ondersteuning en kan geen vrede nemen met deze stellingname van het VAPH. Het recht op ondersteuning vormt immers een hoeksteen van de kwaliteit van bestaan voor personen met een handicap. Nu heeft het VAPH als opdracht om voor personen met een handicap een zo hoog mogelijke levenskwaliteit te bereiken En datzelfde VAPH besluit dat het recht op ondersteuning omwille van budgettaire redenen geen haalbaar principe is. Dit is toch een slag in het gezicht van alle personen die bij het VAPH aankloppen om ondersteuning. Terecht heeft het VAPH grondig berekend welke budgetten er voorzien zouden moeten worden om de komende jaren een antwoord te bieden aan de ondersteuningsvragen van personen met een handicap. Het VAPH was de voorbije jaren zelf ook slachtoffer van de korte termijnplanning van de beleidsvoerders en is vermoedelijk nu vragende partij voor een strategisch plan dat verder reikt dan één jaar en rekening houdt met de volle complexiteit en alle evoluties binnen de doelgroep. Maar wij betreuren dat het VAPH het maatschappelijk debat degradeert tot "hoe moeten we het budget beheren". Volgens GRIP is het wel de moeite om het debat ten volle te voeren vanuit het recht op ondersteuning. De fundamentele vraag is : staan we in Vlaanderen achter het recht op ondersteuning voor personen met een handicap? Zo ja, dan is de tweede vraag: "waar halen we het nodige geld"? De oefening van goed beheer krijgt dan pas een derde plaats. Het VAPH komt met voorstellen die indruisen tegen onze kijk op handicapAlhoewel men aangeeft te vertrekken vanuit een burgerschapsmodel, hebben wij de indruk dat het Vlaams Agentschap maatregelen voorstelt die teruggrijpen naar het medisch model. Bijvoorbeeld door te argumenteren dat er prioriteit moet gegeven worden aan de "zwaarste categorieën" van handicap. Of wanneer men de toegangspoort beter wil gaan bewaken door doelgroepafbakening. De visie van het Vlaams Agentschap evolueert. Dit ontkennen we niet. Maar die evolutie blijft naar ons aanvoelen nog te veel gebeuren binnen eenzelfde paradigma: het "zorg" – paradigma. Men streeft ernaar om het aanbod te individualiseren, van een groepsgericht aanbod naar een individueel gericht aanbod. Maar het blijft een aanbodgestuurde zorg. De drempel om over te stappen naar een vraaggestuurde ondersteuning blijft groot. Zo konden we de voorbije jaren toch vaststellen dat zorgvernieuwing heel aarzelen wat weerstanden en grote angsten oproept. Bijvoorbeeld de angst voor individuele misbruiken. Of de watervrees bij een heroriëntering van de middelen. Wanneer men bijvoorbeeld aangeeft dat de mensen die op de wachtlijsten van het PAB staan vooral nieuwe zorgvragers zijn (die men er liever niet bij zou nemen?), wijst dit er volgens ons alleen maar op dat er in het verleden eenzijdig gekeken werd naar mensen met een handicap en de mogelijke ondersteuningsvormen die zij nodig hebben. De wachtlijsten waren jarenlang de wachtlijsten van de aanbodgestuurde zorg. En personen die een andere ondersteuningsvorm zochten, stonden in de kou, lieten hun vraag niet horen via een aanmelding. Het is ook opvallend dat hoe de kaart van "inclusie" wordt getrokken. Terecht haalt men aan dat de sociale inclusie van personen met een handicap dient gerealiseerd te worden door mainstreaming. Er worden evenwel budgettaire oplossingen gezocht in het doorschuiven van bepaalde financieringen naar andere beleidsdomeinen, zonder dat er garanties zijn dat die andere beleidsdomeinen dit degelijk kunnen overnemen. Het volstaat om te kijken hoe aarzelend men binnen onderwijs de stap naar inclusie zet, om zich te realiseren dat personen met een handicap het slachtoffer zullen worden van ongecoördineerde doorschuifoperaties. Welke richting in te slaan ?Een overslag van paradigma heeft verstrekkende gevolgen. Het volstaat niet om in de vaandel een paar ronkende termen aan te nemen. In alle segmenten dient men de gevolgen van deze nieuwe visie door te denken en een omslag te maken. Anders schenkt men nieuwe wijn in oude vaten… en die wijn zal vlug verzuren… . Welke wegen zien we dan als we vanuit een nieuw paradigma gaan kijken ? Samengevat: GRIP wil dat de maatschappelijke discussie over het recht op ondersteuning ten gronde wordt gevoerd. Het is immers de fundamentele vraag of wij als personen met een handicap er volop mogen bij horen. Of wij recht hebben op dezelfde kwaliteit van bestaan. Wat kost de ondersteuning van personen met een handicap en hoe wil en kan onze maatschappij dit dragen ? Wij betreuren dat het VAPH die vraag niet voluit stelt en gaat zoeken naar besparingsmaatregelen die de kwaliteit van bestaan van personen met een handicap niet ten goede zullen komen. Gebruikersorganisaties, koepels van voorzieningen, verwijzers en vakbonden zijn eensgezind ontevreden met dit meerjarenbeleidsplan en met de aanslepende problematiek van de wachtlijsten. Daarom roepen ze op tot actie voor: GRIP sluit daarbij aan en roept op om deel te nemen aan deBETOGING op VRIJDAG 8 MEI 2009
Meer informatie: |
Dossiers |
In de nieuwsbrief van februari namen we de samenvatting op van de uiteenzetting van Paul Van Roy. Paul verkende het begrip "ervaringsdeskundigheid" bij aanvang van de studiedag van GRIP op 16 februari. Na Paul kwam Prof. Patrick Devlieger aan het woord rond "Ervaringsdeskundigheid binnen de recentste visies op handicap". Binnen GRIP zijn we werk aan het maken van een volledige verslagbundel rond deze studiedag. Hier alvast een eerste "tip van de sluier", van onze verslaggever ter plaatse Martijn Christiaen. De lezing van Prof. De Vlieger ging in op het ontstaan en de evolutie van het denken rond handicap, wat wij in GRIP-woorden het cultureel model noemen. Daarna had hij het over handicap als een gift aan de samenleving. In het klassieke denken dient de samenleving iets te geven aan de persoon met een handicap. Dat is dan een vorm van liefdadigheid (de persoon met een handicap heeft een gebrek), of een vorm van compensatie (we geven de persoon met een handicap gelijke kansen). Op dit moment kan dit zeker worden omgekeerd: de persoon met een handicap geeft aan de samenleving in de vorm van ervaringsdeskundigheid. De beperking wordt een positief gegeven. Nadien had hij het over de misverstanden die kunnen opduiken. Een voorbeeld was dat de ervaring van personen met een beperking pas een plaats kan krijgen als dit kan worden uitgedrukt in de juiste technische woorden, bijvoorbeeld meepraten over architectuur kan je maar als je de juiste woorden gebruikt, terwijl ervaringsdeskundigheid helemaal niet gaat over de technische kant, maar over de ervaringskant. Het gaat over andere vormen van kennis, die niet dezelfde woorden nodig hebben om een verhaal te vertellen. Verderop in de lezing gaf Patrick Devlieger voorbeelden van domeinen waarop deze wederzijdse dialoog kan plaatsvinden. Het ging over een project ‘Horen en Voelen’, waarbij men door Leuven wandelde om enkele belangrijke gebouwen en plekken in de stad met de invalshoek van een visuele handicap te ervaren. Een ander voorbeeld was de werking en dialoog van een adviesraad van personen met een handicap, over gebouwen en plaatsen in de stad. In deze voorbeelden toont Prof. Devlieger aan hoe de inbreng van mensen met een handicap een totaal andere kijk creëert op dezelfde werkelijkheid, vanuit de invalshoek van de ervaringsdeskundigheid. Denken over handicap kan dus evolueren in de samenleving, van een medisch model naar een cultureel model. En daarin kan handicap aanleiding en oorzaak zijn van innovatie in tal van domeinen en inhouden. Handicap wordt dus een positieve factor in de verandering van de samenleving precies door de authenticiteit van ervaringsdeskundigheid. De volledige tekst "Verrijkende handicap" van Martijn Christiaen |
Vers van de pers |
Op 23 september 2008 verscheen in het Belgisch Staatsblad het Vlaamse decreet houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid. Met dit decreet beoogt het Vlaams beleid ervoor te zorgen dat éénieder volwaardig kan participeren aan de Vlaamse samenleving en discriminatie wordt bestreden en voorkomen. GRIP is opgetogen met het feit dat antidiscriminatie met dit decreet handen en voeten krijgt. In eerdere nieuwsbrieven hebben we dit decreet al voorgesteld. Omwille van de belangrijkheid van dit decreet zetten we het hier allemaal nog even op een rij. Ook berichten we over een paar gevolgen van dit decreet: het opzet van de meldpunten en een eerste rechtszaak m.b.t. het weigeren van redelijke aanpassing. Het nieuwe Vlaamse gelijkekansendecreetHet Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsdecreet is in feite een tweeluik. Het eerste deel bevat een kader voor het toekomstige gelijkekansenbeleid van de Vlaamse Regering. Het tweede voor de bestrijding van discriminatie (‘gelijke behandeling’) binnen alle Vlaamse bevoegdheden. Heel wezenlijk is dat personen met een handicap en personen met een chronische ziekte volwaardig onder dit decreet vallen. Het gelijkekansenbeleid had voordien immers enkel betrekking op personen met een handicap wat betreft het thema toegankelijkheid. Discriminatie op grond van handicap en gezondheidstoestand staat ook heel duidelijk in het lijstje van de discriminatiegronden naast ondermeer geslacht, ras, huidskleur en seksuele geaardheid. Discriminatie dient hierbij te worden verstaan als directe en indirecte discriminatie, alsook (seksuele) intimidatie, het geven van een opdracht tot discrimineren en het weigeren van redelijke aanpassingen voor een persoon met een handicap. Vooreerst wordt de bewijslast in geval van klacht of vermoeden omgedraaid en is het dus aan de verweerder om aan te tonen dat hij niet heeft gediscrimineerd. De volledige tekst van het decreet De meldpuntenVia dit decreet wordt een vrij uitgebreide bescherming voorzien voor zij die menen te zijn gediscrimineerd. Belangrijk daarbij is dat de Vlaamse Regering naast inhoudelijke bepalingen ook voorziet om in dertien Vlaamse centrumsteden een meldpunt discriminatie op te zetten. Via deze meldpunten worden klachten, meldingen, vermoedens en vragen behandeld. De eerste 7 meldpunten zijn ondertussen opgestart in Antwerpen, Mechelen, Leuven, Gent, Genk, Sint-Niklaas en Turnhout. De contactgegevens van de meldpunten Het decreet vermeldt evenwel niet welke organisatie namens de slachtoffers in rechte kan optreden. Dit is heel belangrijk als sluitstuk van dit decreet, anders mist het aan slagkracht. GRIP pleit ervoor dat dit (zoals bij de antidiscriminatiewet) een rol wordt van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. Het ziet ernaar uit dat dit de komende maanden zal gerealiseerd worden door het centrum tot een interfederale instelling te maken. GRIP heeft dit aldus ook opgenomen in zijn politiek manifest. Vier ouderparen trekken op basis van dit gelijkekansendecreet naar de rechtbank.Op 17 maart werd een eerste rechtszaak opgestart op basis van het nieuwe gelijkekansendecreet. Vier ouderparen dienden, met steun van FEVLADO, een verzoekschrift in om voor hun dove kinderen het recht op te eisen op toegankelijk inclusief onderwijs. Fevlado lobbyt immers al tien jaar bij het ministerie van Onderwijs om meer tolkuren te verkrijgen voor dove kinderen en jongeren in het inclusief onderwijs. Met een verzoekschrift tegen de Vlaamse minister van Onderwijs en verschillende Vlaamse scholen hopen ze nu via juridische weg vooruitgang te boeken. Ze beroepen zich daarbij op de plicht om redelijke aanpassingen te treffen, zoals dit is vastgelegd in het gelijkekansen- en gelijkebehandelingsdecreet. Op dit moment loopt deze rechtszaak en men hoopt voor de start van het nieuwe schooljaar een uitspraak te bekomen. Dit wordt alvast stevig aangepakt, want de ouders en de kinderen worden bijgestaan door het Brusselse advocatenkantoor Stibbe, dat deze zaak op probono-basis behandelt. Meester Stefan Sottiaux, professor grondwettelijk recht aan de K.U.Leuven en specialist discriminatierecht, en meester Joos Roets hebben het verzoekschrift opgesteld. GRIP is opgetogen met dit initiatief, want GRIP zou graag zien dat dit Vlaams antidiscriminatiedecreet effectief kan leiden tot afdwingbare rechten voor personen met een handicap. Zie ook: nieuwsbrief jan-feb 2008 en nieuwsbrief maart-april 2008 |
Vers van de pers |
Het Expertisecentrum doet onderzoek naar directe financiering in binnen- en buitenland. GRIP is één van de aandeelhouders. Op 20 februari vierde het centrum zijn officiële opening. Ruim 80 mensen dromden samen in het zaaltje van het Expertisecentrum Onafhankelijk Leven. Het centrum is gelegen in het gebouw van Bol-Budiv in Gentbrugge. Viviane Sorée verwelkomde iedereen met haar openingstoespraak. Ze voerde ons terug naar de wortels van het Expertisecentrum. Het was een project dat Jan Jan Sabbe op het einde van zijn leven had opgestart. Onze voorvechter van het PAB en oprichter van Independent Living Vlaanderen zag immers dat er verschillende zaken nodig waren om de kans voor een onafhankelijk leven te verwezenlijken voor personen met een handicap. De politieke weg is net als belangenbehartiging en individuele dienstverlening noodzakelijk. Maar hij zag ook de behoefte om alle expertise samen te brengen en verder uit te bouwen. We moeten de bestaande kennis over directe financiering verzamelen en ook nieuwe studies uitvoeren. Dat is precies wat een expertisecentrum doet. Een moment van spijt om het feit dat Jan Jan de opening niet meer kon meemaken. Maar ook vreugde dat zijn droom wel is waargemaakt. Elke Decruynaere bedankte iedereen die heeft bijgedragen om de opening van het expertisecentrum mogelijk te maken. Ze vertelde wat de plannen waren en stelde ook de resultaten voor van het eerste onderzoeksrapport. In 8 Europese landen werd het systeem van directe financiering onder de loep genomen. Een samenvatting van dit rapport vind je ook in deze nieuwsbrief. Tot slot sprak Bart Haex, een medewerker van Patricia Ceysens. De minister van Economie en Innovatie heeft immers voor de eerste subsidies gezorgd. Hij benadrukte het belang van vernieuwing in de zorg en het economische belang van de zorgsector. Daarna onthulde hij een gedenkplaat die ons aan deze dag zal blijven herinneren. Wij herinneren ons vooral ook de levendige receptie met lekkere hapjes en de boeiende ontmoetingen. Bijvoorbeeld tussen politici, beroepskrachten van voorzieningen en natuurlijk de strijders van het eerste uur. Jan Jan Sabbe was misschien de bekendste voorvechter, maar gelukkig niet de enige! Meer informatie: |
Dossiers |
"Directe financiering in de zorg. Stand van zaken in 8 Europese landen." Zo heet het rapport van Elke Decruynaere en Juliska Van Hauwermeiren. Het eerste verkennend onderzoek van het Expertisecentrum Onafhankelijke Leven levert erg boeiende lectuur op. We geven een kort overzicht per land, voor we tot een besluit komen. Het grootste aantal PGB-houders vinden we in Nederland. Niet alleen personen met een handicap kunnen een persoonsgebonden budget gebruiken, maar ook ouderen en mensen met een chronische ziekte. Je kan kiezen tussen een PGB of zorg in natura. Van iedereen die ondersteuning krijgt, kiest 10% voor het PGB. Het aantal blijft groeien (ook het totale aantal zorgvragers), maar sommigen vermoeden dat het met opzet werd klein gehouden. In Engeland is directe financiering al lang ingeburgerd. Na de eerste projecten in 1981, kwam er een wettelijk kader in 1997. Iedereen die een beroep doet op sociale diensten, kan kiezen tussen Direct Payment en zorg in natura. De overheid kiest zo resoluut voor "putting people first" en maakt de mensen co-producers van het welzijnsbeleid. In 2006 werd dit systeem uitgebreid voor mensen een handicap. In 13 pilootregio’s lopen er experimenten met de Individual Budgets. Hiermee kun je niet alleen terecht bij de sociale diensten van de lokale overheid, maar ook bij gezondheidszorg en voor de toegang tot werk. Bovendien kun je een combinatie maken van cash en zorg in natura. Dit geldt ook voor de Independent Living Funds. Dit zijn extra fondsen voor mensen met een zware ondersteuningsnood die niet in een voorziening wonen. Pioniers in directe ondersteuning vinden we ook in Scandinavië. Hier gaat het vooral om wat wij PAB’s zouden noemen. In Zweden nam men de eerste initiatieven in 1987. Sinds 1994 is er een wettelijk kader voor twee vormen van persoonlijke assistentie. De eerste vorm geldt voor wie minder dan 20u assistentie per week nodig heeft en is een gemeentelijke bevoegdheid. De gemeente kan zelf bepalen of ze zelf assistentie voorziet of een budget geeft, met alle regionale verschillen vandien. De tweede vorm geldt voor mensen die meer dan 20u per week nodig hebben. Deze valt onder de nationale sociale zekerheid. De ondersteuning wordt hier altijd in de vorm van directe financiering gegeven. Assistentie is in Zweden een afdwingbaar recht, maar er zijn plannen om te bezuinigen, door minder uren toe te kennen. In Finland dateert het eerste PAB van 1979. In 1987 werd het al opgenomen in de wet, maar pas dit najaar zou het ook voor mensen met een verstandelijke beperking gelden en een afdwingbaar recht worden. Er zijn geen minima of maxima in de budgetten. Sommigen krijgen 24u op 24 assistentie, 7 dagen op 7. De wet van 1987 is wel vrij verouderd, waardoor verschillende problemen opduiken. Zo is er een probleem om assistenten te vinden en is er te weinig begeleiding en training van zowel werkgevers als werknemers. Ook maken personen met een verstandelijke handicap geen aanspraak op Persoonlijke Assistentie. Een nieuwe wet is voorzien voor de herfst van 2009 om hierin verandering te brengen. Persoonlijke assistentie zal dan ook voor mensen met een verstandelijke beperking gelden en een afdwingbaar recht worden. In Noorwegen is het eerste initiatief genomen in 1991. Men heeft wel moeten wachten tot 2000 voor het in de wet werd opgenomen. Assistentie is geen afdwingbaar recht. De gemeenten zijn wel verplicht om je ondersteuning aan te bieden, maar zij beslissen welke dienst het meest geschikt is voor de persoon. Ook hier bestaan heel wat regionale verschillen. De gemeentes beslissen ook wie de werkgever wordt: de gemeente zelf, een coöperatieve of de persoon. Dat heeft zware gevolgen voor de hoogte van het budget. Als de coöperatieve werkgever is, zorgt zij ervoor gezorgd dat de kosten dekkend zijn. Ook leiden ze assistenten beter op en heb je minder problemen om er te vinden. Een wetsvoorstel uit 2007 wil de persoon laten kiezen wie werkgever wordt en zo evolueren naar een algemeen systeem van directe financiering. Ook zou persoonlijke assistentie een individueel recht worden. In Duitsland bestaan er heel wat vormen van directe financiering voor personen met een handicap. Het Pflegegeld (sinds 1994) is helemaal vrij te besteden, maar de bedragen zijn vrij laag. Het gaat eerder om een soort mantelzorgpremie. In 2001 werd een wet gestemd om een volwaardig alternatief voor zorg in natura uit te bouwen. Sinds 2004 waren er verschillende experimenten met persoonsgebonden budgetten, die opvallend genoeg gebeurden op initiatief van de zorgverzekeringen. Ook in Frankrijk is een persoonsgebonden budget juridisch vastgelegd. Het betreft de "Wet voor Gelijke Kansen, Participatie en Burgerschap van personen met een handicap". Naast persoonlijke assistentie kan het budget ook gebruikt worden voor hulpmiddelen, hulpdieren, specifieke vaste uitgaven en aanpassingen van woning of vervoer. Je kan zelf werkgever zijn, hulp vragen bij de administratie of het werkgeverschap volledig uitbesteden. Het budget voor assistentie wordt berekend met een uurprijs. Hoe meer je de administratie e.d. uitbesteedt, hoe hoger het uurtarief. 69% van de budgetten voor assistentie worden gebruikt voor mantelzorg. Het gemiddelde budget is ook maar 1150 € per maand. Daarmee wordt zowel persoonlijke assistentie betaald als hulmiddelen en aanpassingen van woningen en voertuigen. Spanje, tenslotte, bevindt zich midden in een experimentele fase. Een wet van 2006 voorziet de mogelijkheid van directe financiering voor personen met een hoge graad van afhankelijkheid. Personen met een heel ernstige beperking (ook ouderen) krijgen een tegemoetkoming voor het inhuren van assistenten. De budgetten zijn afhankelijk van het eigen inkomen en zijn soms vrij laag. Men moet een deel van de assistentie zelf betalen. In de sommige experimenten zijn de deelnemers volledig vrij in het bepalen van de assistentie (wie, wanneer, waarvoor) en zijn er weinig of geen grenzen in het aantal uren: ze krijgen de uren die ze zelf nodig achten. Ook hier zijn er echter regionale verschillen, want de afzonderlijke gewesten moeten het systeem zelf uitwerken en (grotendeels) betalen. BesluitHet rapport bevat natuurlijk veel meer interessante gegevens dan deze samenvatting weergeeft. Je leest er onder andere hoeveel mensen in de verschillende landen directe financiering krijgen, hoe hoog de budgetten gemiddeld zijn, hoe ze precies bepaald worden en hoe goed de mensen begeleid worden. Zelfs uit dit korte onderzoek kunnen we afleiden dat directe financiering mensen meer regie geeft over hun eigen ondersteuning, zodat hun levenskwaliteit en maatschappelijke participatie verhoogt. Of, zoals het rapport besluit: het kan een hefboom zijn om twee vliegen in één klap te slaan: zorg op maat realiseren én de kans om een onafhankelijk leven uit te bouwen. Meer informatie: |
Vers van de pers |
Wat hebben Herman Brusselmans, Roos Van Acker en mensen met een handicap gemeenschappelijk? Ze beslissen graag zelf over de grote en kleine keuzes in hun leven. De GRIP-campagne van 2009 begon met een simpele e-mail: "Herman Brusselmans heeft zijn haar laten knippen!" Een link brengt ons naar een filmpje, waarin de bekende Gentse schrijver met het eeuwig lange haar bij de kapper zit. Met een knipoog naar al die Bekende Vlamingen die gewillig opdraven voor allerlei reclames, zit Herman er beteuterd bij. Als we het vreselijke resultaat van het kapperswerk zien, blijkt het echter een pruik te zijn. "Ik beslis nog altijd zelf wat ik doe," zegt Brusselmans. Voor TV-presentatrice Roos Van Acker geldt hetzelfde. Zij stuurde zelfs haar kat naar de restyling-fotoshoot. Dus zien de studenten in de Vlaamse hogescholen nu affiches met een onhandige fotomontage: een vrouw in ouderwetse outfit met het gezicht van Roos erop geplakt. De affiches werden verspreid in de week van 20 tot 25 april, de eerste week na de paasvakantie. In diezelfde week horen we een spotje op zowat alle radiozenders. Mensen met een handicap (al hoor je dat natuurlijk niet) zingen een parodie op het liedje van Herman Van Veen: "Ik voel me weeral klote, zo klote, zo klote, ik kan alweer niet kiezen, wat ik ga doen vandaag!" Het filmpje met Brusselmans wordt vertoond op de jongerenzender TMF, samen met drie verschillende interviews. Maar campagnes voer je tegenwoordig niet alleen meer op TV. Het clipje, de affiches en de radiospot zijn ook allemaal te vinden op de campagnewebsite Leven zonder keuzes, dat is pas een handicap! Op die website lees je meteen heel wat uitleg over wat vandaag het probleem is voor veel personen met een handicap. Met wachtlijsten, collectieve zorg en betutteling krijg je geen ondersteuning op maat. Maar we geven ook oplossingen. Laat mensen zelf beslissen wat ze willen in hun leven en wat ze daarvoor nodig hebben. Dat kan bijvoorbeeld met "geld in eigen handen". We lezen ook enkele persoonlijke verhalen van mensen die vandaag weinig keuzevrijheid hebben door de manier waarop het systeem is geregeld. Bedoeling is dat mensen zelf het heft in handen nemen. De campagne wordt met andere woorden gemaakt door iedereen die zich ervoor wil inzetten. Dat kan door simpelweg de link naar de website door te sturen naar al je vrienden en kennissen. Het filmpje werd na één week tijd al bijna 14.000 keer bekeken, maar dit aantal kan natuurlijk blijven groeien. Daarnaast kunnen mensen nog banners op hun blog of website plaatsen. Verschillende websites (onder andere van kranten en tijdschriften) namen al een artikel op over onze campagne en het filmpje. Ook kunnen bezoekers van de website zich inschrijven om ons verkiezingsrapport te ontvangen. De mediacampagne loopt immers parallel met een politieke campagne. Na ons lobbywerk vorige winter, kijken we wat de verschillende partijen hebben overgenomen van ons politiek manifest. We screenen hun verkiezingsprogramma’s en maken ons rapport hierover bekend op de Open-GRIP-dag. Ook organiseerden we op het einde van de campagneweek een debat over zorgvernieuwing. Dit vond plaats op de REVA-beurs en er namen maar liefst zes politici aan deel. Het verslag van dit debat lees je volgende maand in onze extra nieuwsbrief over de verkiezingen. Meer informatie: |
Vers van de pers |
Gelijke Kansen is momenteel bezig met de doorvoering van een nieuwe stedenbouwkundige verordening. Deze verordening zou ervoor moeten zorgen dat nieuwe gebouwen en gebouwen die gerenoveerd worden beter toegankelijk zijn voor personen met een handicap. Ze zou een hele stap vooruit moeten betekenen, de vorige wetgeving hierrond dateert immers al van 1975. Wat zou er nu concreet veranderen en verbeteren? Op welke gebouwen is ze van toepassing en, misschien belangrijker nog, op welke niet? Dat en nog veel andere zaken vroegen we aan Liesbet Stevens, raadgeefster van de minister van Gelijke Kansen.
Er is reeds een eerste formele goedkeuring door het Vlaams Parlement geweest op 13 maart 2009. Daarna is het voorstel naar de Raad van State gegaan. Dit orgaan kijkt na of er geen technische fouten staan in de tekst en of het voorstel niet in strijd is met de grondwet of met andere (hogere) wetgeving. De Raad van State heeft dan in principe 30 dagen de tijd om hier een advies over te geven. Ten laatste op 27 april zullen we dit dan ook ontvangen. Ook de Vlaamse commissie voor Ruimtelijke Ordening buigt zich over de tekst en geeft advies. Ook dat advies verwachten we in een van de komende dagen. Daarna moet het voorstel nog een tweede maal goedgekeurd worden in het Vlaams Parlement. Als alles goed gaat, lukt dit nog deze legislatuur. De verordening zou dan officieel van kracht gaan op 1 januari 2010 Wat zijn, volgens u, de grootste verwezenlijkingen in deze verordening? Zoals vaak is het zo dat de grootse verwezenlijking ook de grootste beperking is van het voorstel. Feit is dat deze verordening zorgt voor een moderne set van normen die de toegankelijkheid van publiek toegankelijke gebouwen fel moet verbeteren. Echter is het ook zo dat de principes van Universal Design (Dit is een architecturale stroming die ervan uitgaat dat je vanaf het concept van een gebouw ervoor zorgt dat dit gebouw toegankelijk is voor iedereen nvr.) nooit volledig te vatten zijn in regeltjes. Je blijft daarin altijd beperkt. Zijn deze maatregelen afdwingbaar? Wat zijn de gevolgen als mensen de richtlijnen niet opvolgen? We hebben er bewust voor gekozen om binnen het systeem van Ruimtelijke Ordening te werken. Dit wil zeggen dat de verordening ook binnen dit systeem afdwingbaar is. In de praktijk komt het erop neer dat men slechts een bouwvergunning kan afleveren indien de plannen voldoen aan de nieuwe norm, of indien er gemotiveerd van afgeweken wordt. We kiezen wel voor een constructieve houding en gaan er dan ook vanuit dat mensen niet bewust tegen toegankelijkheid zijn. Wat zijn, volgens u, de grootste tekortkomingen van de maatregel? Wat had u graag nog willen verwezenlijken? Zoals eerder reeds aangegeven kan je niet alles vervatten in regeltjes en normen. Zo kan je bijvoorbeeld geen regels opleggen voor het voorzien van voldoende kleurcontrasten voor blinden en slechtzienden. Dit kan gewoon niet vastgelegd worden. Hierin blijft de bouwer of verbouwer dus nog altijd vrij. Heel veel van die afwerkingsnormen en een aantal zaken die niet op plan afleesbaar zijn, hebben we niet kunnen opnemen. Op zich zijn we dan ook zeer tevreden met het resultaat, ook de samenwerking met ruimtelijke ordening verliep zeer vlot. Hoe ziet u de evolutie naar de toekomst toe? Welke stappen kunnen er vanuit het gelijkekansenbeleid nog gezet worden om meer toegankelijkheid te realiseren? In de toekomst zijn er zeker nog 3 grote uitdagingen. Ten eerste is er de vorming van architecten. Zowel van architecten in opleiding als die van bestaande architecten. Ideaal zou zijn, moesten de principes van Universal Design en toegankelijkheid vanaf het begin van de opleiding architectuur worden meegegeven aan studenten. Ook is er nood aan vorming en bijscholing van reeds afgestudeerde architecten, zodat ook zij bekend geraken met deze principes. Op termijn zou dit ervoor kunnen zorgen dat alle nieuwe gebouwen per definitie toegankelijk zijn. Een tweede uitdaging bestaat erin om bestaande gebouwen toegankelijk te maken, al moet men hier wel rekening houden met het feit dat niet alles kan. Zeker voor gebouwen die behoren tot het onroerend erfgoed is toegankelijkheid zeker geen evidentie. Je kan immers niet zomaar een lift zetten in een kathedraal. Wel is het zo dat ook zij bij verbouwingen rekening moeten houden met de toegankelijkheid en die zo goed mogelijk moeten garanderen. Hiervoor bestaat er dan ook een dienst die advies geeft over onder andere toegankelijkheid bij de verbouwingen van onroerend erfgoed. Een derde uitdaging vormen de andere beleidsdomeinen. Belangrijk is om samen te gaan zitten met de verschillende beleidsdomeinen en te kijken naar wat de invloed van deze verordening is op hun sector en welke initiatieven deze domeinen zelf kunnen nemen. Welke extra regelgeving zij kunnen opleggen. Om bovenstaande te verwezenlijken zetten we met Gelijke Kansen dan ook sterk in op vorming en sensibilisatie. Zo zullen er vormingen zijn over de integratie van Universal Design, maar ook het Handboek Toegankelijkheid is hierin belangrijk. Hartelijk Dank voor dit gesprek! |
Vers van de pers |
Sinds 2007 gaat de Voelspriet van GRIP tweemaal per jaar door. Het is een avond waar we de sympathisanten van GRIP op uitnodigen. De bedoeling is om op een verfrissende manier met elkaar van gedachten te wisselen over thema’s waar GRIP mee bezig is. Daarbij kiezen we altijd één van onze zwaartepunten als onderwerp. Door deze activiteit willen we beter voelen wat er leeft bij mensen met een handicap en hun familie. De Voelsprieten zijn niet bedoeld voor professionelen, dit is een bewuste keuze om juist alle aandacht te geven aan ervaringsdeskundigheid. In 2009 zijn er twee Voelsprieten gepland. In het najaar zullen we het over kwaliteit van bestaan hebben, ergens (nog te bepalen) in West-Vlaanderen. Voor de eerste Voelspriet van het jaar zakken we af naar Mechelen. Daar willen we het op 10 juni hebben over mensenrechten. De uitnodiging van deze Voelspriet in pdf-formaat . Meer informatie:GRIP-VOELSPRIET over MENSENRECHTEN 10 juni 2009 Inschrijven: info@gripvzw.be of 02/ 214 27 60 Hoe ervaar jij je rechten als mens?woensdag 10 juni 200919u00–21u30 Feestzaal ’t Kranske Tervuursesteenweg 16 2800 Mechelen
Onze Voelspriet is geen saaie vergadering. Op een leuke en verrassende manier kan iedereen zijn ei kwijt! Maar merk op: enkel mensen met een handicap en hun familieleden zijn op een Voelspriet welkom. We willen hún mening horen. We verwelkomen je op woensdag 10 juni 2009 vanaf 18u45. We vliegen er dan om 19u00 stipt in, tot 21u30. Inschrijven kan tot 4 juni: via info@gripvzw.be of 02/214.27.60. Wegbeschrijving op aanvraag. Laat ons bij je inschrijving weten of je gebruik wil maken van een tolk Vlaamse Gebarentaal, een ringleiding of andere aanpassingen.
|
Activiteiten
|
Maart 2009 ondertekenden vzw ADO Icarus, vzw BOL-BUDIV, vzw Curatio, vzw Fokus op Emancipatie, vzw Intesa, vzw Open Thuis Limburg, CAW De Voorzorg en VFG een samenwerkingsovereenkomst. Met deze overeenkomst werd een nieuw project op de sporen gezet met betrekking tot Onafhankelijke Cliëntondersteuning voor personen met een handicap. In het kader van dit project zal er op woensdag 3 juni in het Provinciehuis van Limburg te Hasselt een studiedag over dit thema doorgaan. In de voormiddag willen we iedereen samenbrengen die professioneel bezig is met trajectbegeleiding. Er wordt een duidelijke kadering gegeven van kwaliteit van leven/bestaan, een wetenschappelijke onderbouw en goede praktijkvoorbeelden aan de hand van uiteenzettingen door Bea Maes, Claudia Claes en Bert Blancke. In de namiddag wordt er gefocust op gebruikers. Adolf Ratzka geeft zijn visie op het leven van personen met een handicap in de maatschappij. Aansluitend hierop zal een panel de vragen van de aanwezigen beantwoorden. De dag wordt afgesloten met een plenaire zitting en een receptie. Voor meer info: Fokus op Emancipatie, 011/85 54 89, fara.vanmaele@fokus-op-emancipatie.be, www.fokus-op-emancipatie.be. Hoofdrol?, een reportage van 7 mensen met een niet-aangeboren hersenletsel, verenigd rond een uitdaging: een intensieve theaterreis van zeven dagen. Laat je meevoeren op de publieksvoorstelling, op 12 juni bij de Vieze Gasten.
Op welke manier willen we het dan wel precies gaan aanpakken? Door op zoek te gaan naar meer ‘gelijkgestemde zielen’ en samen na te denken hoe we dichter onze doelstelling komen. Daarom willen we regelmatig een evenement organiseren waar mensen met een beperking eens vanuit een andere invalshoek met elkaar in contact komen. We vliegen er in op 20 juni 2009 met ons eerste evenement. We gaan van start op een humoristische manier. Lachen met je handicap is al een goed begin, dachten wij. Daarom hebben we geprobeerd om een mooi programma samen te stellen met humor en comedy van de bovenste plank. Voor meer informatie, vragen of afspraken kan u terecht bij Rudy Claeys / RudyClaeys@telenet.be. U kan ook telefoneren naar VFG provincie Antwerpen op 03/285.45.33. (Klik op het affiche voor een vergroting)
Inclusief hoger onderwijs speelt zich af op twee niveaus, ‘cultuur’ en ‘structuur’. Inclusie heeft namelijk niet alleen te maken met structurele aspecten zoals de aanwezigheid van hulpmiddelen en procedures maar ook en vooral met de attitude die in een onderwijsinstelling leeft. Vandaag zijn er in Vlaanderen weinig ontmoetingsmogelijkheden voor holebi’s met een verstandelijke beperking. Daarom organiseerden VMG, de Holebifederatie en Casa Rosa in 2008 4 ontmoetingsnamiddagen voor holebi’s met een verstandelijke beperking. Uit het succes van deze namiddagen blijkt dat de nood aan ontmoeting groot is. Daarom worden in 2009 nog 6 ontmoetingsdagen georganiseerd in Gent onder de naam 'De Roze Joker'. Inschrijven kan u bij Hilde Claerhout. Noteer ook volgende zaterdagen in uw agenda. 6 juni van 14 tot 17 uur, 29 augustus van 10 tot 17 uur. Voor meer informatie:hilde.claerhout@scarlet.be (09/228.96.98)of kelly.vanbrabant@holebifederatie.be (09/223.69.29). Studievoormiddag 7 mei 2009 Structuur en cultuur voor inclusie. Hoe verhouden beide zich tot elkaar? |
Sensibilisatie |
GRIP organiseerde in het voorjaar van 2005 een cartoonwedstrijd. Wij selecteerden voor jou de beste inzendingen. De cartoon van de maand is er één van Joris Snaet en draagt de titel "Smurfen".
Reserveer de volledige cartoontentoonstelling van GRIP gratis voor je organisatie, dienst of instelling. De cartoontentoonstelling van GRIP doorkruist Vlaanderen… en misschien komen we wel bij jou in de buurt de volgende maanden. Niet te missen! |
Column |
In gesprekken over zorgvernieuwing en ondersteuning merk ik vaak een grote wederzijdse contextblindheid. Mensen die betrokken zijn in het debat over een menswaardig evenwicht tussen zelfbeschikking en bescherming, blijken het vaak erg moeilijk te hebben om verder te kijken dan de direct waarneembare en zichtbare inspanningen om vanuit eigen functioneren maatschappelijke verwachtingen en kwaliteit van bestaan in evenwicht te houden. Mensen met een ‘onzichtbare’ handicap ondervinden daar volgens mij het meeste last van. Informatie kunnen opnemen, verwerken. Een betekenis geven die conform is aan de context. Deze betekenis koppelen aan inzicht. Strategieën ontwikkelen om te handelen. Deze strategieën kunnen uitvoeren, organiseren, ondanks en in interactie met de omgeving. Het zijn maar enkele essentiële levensfuncties waar iemand met een auditieve of visuele handicap of autisme flink wat inspanningen moet doen om het ‘gepast’ rond te krijgen. Toch is het moeilijk om dat erkend te krijgen. Zeker wanneer je goed heb leren praten, schrijven, lopen, en gemotiveerd bent om je niet te laten doen, ervoor te gaan, altijd vooraan te staan, je niet te associëren met het beeld van de slachtofferrol van de behoeftige gehandicapte. Al die camouflage en compensatie, op zich een vechten tegen kwetsbaarheid; maakt uiteraard dat het niet verwonderlijk is dat maar weinig mensen daar doorheen kijken. Maar in tegenstelling tot het gevecht van mensen met een zichtbare handicap, nemen ze het voor vanzelfsprekend aan. Mensen met een ‘onzichtbare handicap’ waren bijvoorbeeld amper vertegenwoordigd in een VRT-programma als Voorbij de Grens. In een mogelijke ‘Het leven zoals het is’ zouden ze nochtans wel uitblinken in creatief omgaan met energie, kunst – en vliegwerk. Natuurlijk is het ook geen lachertje om met een zichtbare handicap te leven. Maar ik heb toch het gevoel dat een hulpmiddel, een litteken, een met het blote oog waarneembaar stigma … hoger aangeschreven wordt als motivatie om ondersteuning te krijgen dan een andere manier van waarnemen en neurologisch functioneren. Mijn punt is: Mensen met een onzichtbare handicap hebben niet noodzakelijk minder, en soms zelfs meer, ondersteuningsbehoeften dan mensen met een zichtbare handicap of een duidelijk profiel. Alleen ontbreekt het inlevingsvermogen van heel wat mensen, inclusief mensen met een zichtbare handicap, om hun inspanningen vanuit hun andere manier van waarnemen in te schatten. De oorzaak daarvan is een blindheid voor de context waar mensen met een onzichtbare handicap in leven. Onzichtbaar in de zin dat ze het zelf goed kunnen camoufleren, of dat anderen het niet (willen) zien. De ergste handicap is volgens mij dan ook degene die niet ‘zichtbaar’ is. Het gevolg is het uitvallen van deze mensen in een enerzijds te aanbod gerichte begeleiding (zoals woonbegeleiding) en anderzijds te weinig erkenning of bij fouten en falen toegeschreven aan psychische kenmerken of karakter. Zelf zou ik wel terecht kunnen bij een dienst begeleid wonen mocht ik mijn levensvisie aanpassen aan die van de dienst, mij schikken naar het handelingsplan (waarin mijn ervaringsdeskundigheid steeds aanvullend is) en mij schikken naar de beschikbaarheid van professionelen. Net als vele andere mensen met een onzichtbare handicap betaal ik daarom, met een minimumloon, flink wat hulpverlening aan de volle pot, reken ik op vrijwilligers, en liggen mijn VAPH-erkenningen in de kast te bestoffen. Misschien leef ik lang genoeg om te zien dat samen met mij mensen kunnen kiezen tussen zelf hun ondersteuning organiseren en ondersteuning inkopen bij professionelen ? De contextblindheid noem ik bovendien wederzijds. Ook mensen met een onzichtbare handicap, en hun omgeving, zijn vaak blind voor de werking van de toezegging van ondersteuning. Dat heeft meerdere redenen, zoals de druk om als normaal te blijven doorgaan, een zekere statusangst, in sommige gevallen een superieur gevoel naar mensen met een zichtbare handicap enzomeer. Het gevolg daarvan kan zijn dat er als tegenreactie een stoornisstrijd uitbreekt, waarbij er gelobbyd wordt voor het grootste deel van de koek van het ondersteuningsbudget. Terwijl de ondersteuningsbehoeften van iedereen op zich moet bekeken worden, en vooral de evaluatiecriteria aangepast moeten worden aan de werkelijke impact van beperkingen en inspanningen in onze moderne samenleving. Erkenning van wat onder de motorkap gebeurt, is dus meer dan noodzakelijk wil men een rechtvaardige ondersteuning uitwerken. Martijn Christiaen |
Sluit aan |
Heb je voeling met onze werking en sta je achter onze standpunten, word dan sympathisant van GRIP (gratis). Het zal onze organisatie meer draagkracht geven bij het beïnvloeden van het beleid. Op deze link vind je een invulformulier. Dank ! |
Archief |
Onze oudere nieuwsbrieven kan je bekijken op het deel nieuwsbrief van onze website |
|
|